Activiteit: Bouwen
Kerndoel: Meten en bewustwording afmetingen van het plein zijn. Inzicht in ruimtelijk denken (meetkunde).
Groep: Bovenbouw
Aantal kinderen: Klas in groepjes
Tijd: 2 of 3 keer 60 minuten
Seizoen: Alle
Waar: Buiten
Materiaal:
- Kadaster kaart of er is een schets van de plattegrond (niet op schaal) en kopieën daarvan
- Schriftje
- Meerdere meetlinten
- Potlood
- Kleurpotloden
- Grootvel papier
- Liniaal / geodriehoek
- Rekenmachine
- Kompas
Randvoorwaarden:
Geen regen
Gerelateerde opdrachten
- Monitoren schoolplein
- Schoolplein vogelvriendelijk maken

Opletten:
Wat gaan we doen.
- Verdeel de klas in groepjes van 3 of 4 en verdeel het schoolplein over de groepjes, zodat elk groepje een deel van het schoolplein in kaart brengt.
- Elk groepje heeft een schets of kadaster kaart van het gehele schoolplein.
- Elk groepje heeft een meetlint of rolmaat.
- Vertel de groepjes waar ze gaan meten:
- a. Meet de gevel lijn
- b. Waar staat de boom?
- c. Hoe groot is de kroon van de boom?
- Ieder groepje heeft een notulist die de maten opschrijft.
- Het kompas mag rouleren tussen de groepjes. Waar bevindt zich de noordpijl en zet die op de tekening.
- Na 20 min komen we bij elkaar (in de klas)
- We gaan de gegevens uitwisselen ieder groepje schrijf de maten op de kadasterkaart of schets.
- Toon de resultaten op het digibord.
- Leg de kinderen uit wat het tekenen op schaal is.
- Bepaal met de kinderen de schaal waarbij het schoolplein op een A4tje past.
- Alle kinderen maken een plattegrondje op A4 formaat voor zichzelf.
- Met behulp van deze gegevens maken we een grotere plattegrond voor in de klas.
- Het zou leuk zijn om deze plattegrond in te kleuren.
- Hoeveel procent is groen hoeveel procent is grijs
- Stel de plattegrond ter beschikking aan de lagere groepen.
Achtergrondinformatie leerkracht
Het maken van een plattegrond van het schoolplein is een actieve praktische meetkunde les.
- Meten en meetkunde komen we vaak in alledaagse situaties tegen. Leerlingen onthouden deze abstracte rekenbegrippen dan ook beter als je die vanuit een levensechte context aanbiedt. Door praktische meetproblemen handelend op te lossen, krijgen leerlingen een beter begrip.
- Meten en meetkunde zijn twee verschillende domeinen. Het onderscheid is dat meten gaat over tellen en maten (meter, liter, kilo, et cetera) en meetkunde over je oriënteren in de ruimte, zoals kaarten lezen, plattegronden bekijken en maken.
SCHAAL BEREKENEN
- De schaal is niks anders dan een verhouding. In ons geval is de schaal een vergrotingsfactor. Voor een landkaart betekent dit vaak 1:25.000. 1 cm op de kaart is dan 25.000 cm, dus in werkelijkheid 250 m. Iedere kaart is voorzien van zijn schaal!
De schaal geef je aan met twee getallen en een dubbele punt ertussen. Bijvoorbeeld 1:20 , lees je als “één op twintig”. Het getal links staat voor de afmeting in de tekening op schaal, en het getal rechts is de werkelijke afmeting. In dit voorbeeld staat 1 centimeter op de tekening dus voor 20 centimeter in werkelijkheid. Deze schaal zal dus niet geschikt zijn om het schoolplein op een A4tje te krijgen.